| Noutd Janssen |
Bas en zang |

Ik ben de oudste van drie kinderen, na mij komt er een zus en dan nog een broer. Onze familie komt uit Best en was heel muzikaal. Mijn Opa had een fabriek in houtwaren: lepels, pijprekken, wasborden, strijkplanken, stoelpoten en zo. Hij was ook de dirigent van de Harmonie in Best. Hij had thuis twee piano’s, en daar oefenden mijn tantes op, en ikzelf later ook. Opa deed in het kamertje ernaast altijd een middagdutje, maar bij elke fout die er gemaakt werd was hij ineens klaarwakker en riep dan: “Opnieuw!” Mijn vader speelde klarinet en sax, dus ik groeide echt op met muziek.
De fabriek ging ten onder door de komst van plastic producten van Brabantia. Eerst werd mijn vader vertegenwoordiger in meubelen, en later ging hij werken voor de Egmond gitaarfabriek in Best. Toen Egmond later ook over de kop ging, begon hij de Nederlandse vestiging voor Buffet Crampon, een groothandel in blaasinstrumenten.
Vanaf mijn zesde kreeg ik pianoles. Maar dat hield ik na vier jaar voor gezien. Eenmaal op de HBS luisterde ik naar Elvis, Fats Dominoe, Ray Charles en Cliff Richard. The Beatles, daar vond ik niks aan, ik vond zwarte muziek veel spannender. Je wisselde toen platen uit met vrienden die weer hielden van Johnny Halliday en Buddy Holly. Via mijn vader was het regelen van een Egmond gitaar natuurlijk geen probleem, en in Helmond, waar we inmiddels woonden, zat ik in mijn eerste bandje. Na de HBS ging ik naar de kweekschool in Eindhoven, en daar speelde Peter Damen gitaar, en ik speelde slaggitaar en zong. Toen kwam ik terecht in Opus 5, een boogy woogy trio waarin ik bas speelde en Ton Gondrie speelde heel verdienstelijk piano. Daarmee speelden we veel op hockeyfeesten in Helmond. Daarna kwam Fax, wat best een bekende band was in de regio, daarmee speelden we ook vaak in Duitsland. Ik ging eerst mee om wat te roadiën, mee helpen met spullen sjouwen en zo, maar werd de bassist, dat duurde zo’n drie jaar. Die band loste op in The Sophisticated Suicide Flight, een Jimi Hendrix Trio. De manager daarvan was Willem Thijssen, die werd later filmproducent bij The Movies in Amsterdam. In Eindhoven had je Dirty Underwear, die band ging uit elkaar en werd opgesplitst in twee nieuwe bands: De Fanfare met Hans en de Mr.Albert Show met Bertus, Broer en Bonki. In 1969 ging Suicide uit elkaar, en in een kroeg aan de Geldropseweg was er elke week een jamsessie. Ik ging daar met Bertus meespelen met Broer op drums. Soms deed Hans ook mee op gitaar of er deed een trompettist mee. Ik had Dirty Underwear al zien spelen in het Provadja in Helmond, ik zat in de organisatie en dan leer je vrij snel allerlei muzikanten kennen. Hans vroeg me voor de Fanfare, met Sjors, Henny van de Vorst, Willem van Kruisdijk, Hans en ik. We speelden nummers, van Spooky Tooth, Spirit, covers dus. Tussen 1970 en 1974 is er veel gebeurd. Zo werd Hans er eens uitgegooid omdat hij niet kwam opdagen voor repetities en verder veel te weinig energie in de band stak. Ik woonde in Breda en ontmoette daar Carlo Talboom, een Canadese banjopicker. Hij is heel kort, twee optredens of zo, zanger van de Fanfare geweest, maar met die banjo schoot het niet zo op met de muziek die we maakten. Al vrij snel kwam Hans weer terug. Na drummer Willem Kruisdijk kwam Twan Lakeman, daarna Johan Aben, hij was de buurjongen van Henny en was pas 18, maar zeer getalenteerd. Vrij snel kwam Henny met eigen werk. Hij had een idee voor een opera. Dat werden 4 delen van een half uur. De muziek kwam van Henny, en Carlo en ik schreven de teksten, het was Engelstalig. Een van die liedjes was Cripple, wat later bij Bots Kreupel zou worden.
De Mr.Albert Show hield er mee op, en Bonki kreeg werk bij Proloog. Hij haalde Hans daar ook bij, en toen is Hans ook zelf gaan schrijven. Ik heb Floris erbij gehaald. Die was helemaal idolaat van Broer als drummer, met zijn drumstel van olievaten. Dus Floris bouwde ook een olievatendrumstel. In 1974 ging ik weg, of ik werd eruit gezet, dat weet ik niet meer. Peter de Vries nam mijn plaats in. In 1974-1975 is Bots ontstaan, en zijn de eerste liedjes geschreven en werd de 1e elpee opgenomen. Peter stopte ermee en toen werd ik weer teruggevraagd. Die afwisseling van de wacht op bas door Peter en mij loopt als een rode draad door de geschiedenis van Bots. Ik speel op LP 2 en 3, Peter op 1 en 4. Van 1975 tot 1978 speelde ik bij Bots.’Wie zwijgt stemt toe’, de derde LP, is mijn favoriet, zowel muzikaal als tekstueel. Mijn laatste optreden was in IJsselstein. Ik was gevraagd voor de band van Django Edwards, en daar heb ik vijf jaar mee getoerd.
Eind 1982 werd ik weer gevraagd voor Bots, Peter had er blijkbaar weer eens genoeg van. We deden drie tournees en in september 1982 maakten we opnames in de Wisseloord Studio’s in Hilversum voor een nieuwe LP. Maar de chemie was er niet meer, die opnames waren het nét niet. Hans was uitgekeken op het spel van Broer, en tussen Bonki en Hans boterde het ook niet meer, ze hadden ook onenigheid over de richting die het uit moest. Bonki begeleidde ook nog Diether, dus hij kon meteen daarmee verder. Toen kwamen Frans Meier en Kees Buenen erbij en op hun aanraden doken we toen de studio van Jan Vis in om ‘Schön krank’ op te nemen. Ik heb meegedaan tot in 1984, die toer door Oostenrijk. Na het overlijden van Hans hebben Kees en ik dagen doorgebracht met het scannen van honderden foto’s en affiches voor het “grote Botsboek”. Ook konden we uit al mijn oude agenda’s een speellijst met de optredens waaraan ik meedeed samenstellen. Die data zijn heel handig als je in de archieven van Nederlandse en Duitse omroepen naar beeldmateriaal gaat zoeken dat bruikbaar is voor de DVD.
Toen ik zestig werd gaf ik een groot feest, en daar speelde ik met zowat alle bandjes waar ik ooit deel van uitmaakte. De avond werd besloten met een daverend optreden van Bots. Zo ben ik op een hele natuurlijke wijze weer terug. Het moest blijkbaar zo zijn.